Moment organisatie

Wie kleren wil kopen gaat niet naar de supermarkt. En wie weet voor welke gelegenheid 

de kleren bedoelt zijn kiest de winkel met het juiste aanbod. En wie zijn maat kent pakt

datgene wat past uit het rek. En wie een plaatje van zichzelf heeft hoe het staat krijg de 

bevestiging daarvan in het pashokje.  

Niet het moment is bepalend voor het resultaat wat je ermee bereikt maar jouw doel in 

het moment waar je onderdeel van bent. Ga je naar een verjaardag om er niets aan te 

vinden dan organiseer jij het moment zo dat er niets aan is. Ga je naar een werkgever om 

niet gewaardeerd te worden dan wordt je ondergewaardeerd. Wil je in een realiteit niet

begrepen worden dan  organiseer jij een relatie waarin je niet begrepen wordt.   

Datgene waar we onderdeel van uitmaken is neutraal. Waartoe of warvoor wij de situatie 

willen gebruiken bepalen we zelf.  

moment identificatie.

Wat schiet je ermee op?

Kansen missen voorkomen. Alles gebruiken voor wat je wilt bereiken.

Moment neutraliteit jouw richting geven.  Doelen bereiken. Optimaal moment gebruik. 

Beslis vrijheid wat in het moment jouw doel gaat dienen. Van niets iets maken. 

Anderen voor jouw doel gebruiken. Ijzer smeden als het heet is.  

‘resultaat tevredenheid ervaren’